Mijn leven is een lappendeken van taboe-onderwerpen. In de meer dan 45 jaar dat ik leef heb ik dan ook een rondgang gemaakt door de geestelijke gezondheidszorg, waarbij ik flink wat labels verzameld heb, en ook heb ik heel wat lotgenotencontactgroepen bezocht. Ik ben zoekende geweest, naar mijzelf, mijn identiteit. Naar vastigheid. Uiteindelijk vond ik die niet in labels, en ook niet in lotgenotencontactgroepen. Ik vond die wel in de waarheid, hoe onverkwikkelijk die waarheid ook is. 

Het beeld dat de meeste mensen, inclusief tot voor kort mijzelf, hebben van seksueel misbruik is dat van een onschuldig kind dat belaagd wordt door een nietsontziend roofdier. En dat het gepaard gaat met pijn en onmacht. En omdat dat niet was wat ik had meegemaakt, diskwalificeerde ik mijn ervaringen en daarmee ook mijzelf. 

Het is niet het misbruik zelf waar ik uiteindelijk het meest last van heb gehad. Hoewel dat   voor mijn puberteit gebeurde en een paar jaar duurde, heb ik daar op zichzelf nauwelijks echt nare herinneringen aan. Ik ging ervan uit dat dit soort gedrag heel normaal was, en dus deed ik ook weleens zoiets bij leeftijdsgenootjes. Daardoor kwam ik er al gauw achter dat dit minder normaal was dan ik had geleerd. Maar in plaats van te denken dat dit gedrag niet normaal was, dacht ik dat ik niet normaal was. 

De sfeer in ons gezin raakte ook danig ontwricht. Mijn broer werd jaloers op de aandacht die ik van mijn vader kreeg. Hij, en ook mijn moeder, zagen niet wat er tussen mijn vader en mij gebeurde als ze er niet bij waren. Mijn moeder bitste mij weleens toe dat ik haar huwelijk op het spel zette. Om mijn angst het gezin kapot te maken het hoofd te bieden, ging ik pleasen. Ik deed leuk, slim en grappig, maar diep van binnen was ik doodsbang. Ons gezin bestond voort, en de sleutel tot het voortbestaan ervan, die ik ongevraagd in bezit had gekregen, verborg ik angstvallig voor iedereen. Maar vergeten dat ik hem had, kon ik niet. 

Maar goed beschouwd zijn dit allemaal nog maar gevolgen van het misbruik. Dit is niet de kern van de zaak. Waar het om gaat is dat in mijn leven gevoelens zijn ontwaakt op een leeftijd waarop ik daar nog helemaal niet mee om kon gaan. En dat heeft voor een enorme verwarring gezorgd. Ik heb mijn lichaam verwaarloosd. Ik heb mij niet thuis gevoeld bij mijn seksuele identiteit. Ik heb mijzelf pijn gedaan. Ik ben relaties uit de weg gegaan. Soms heb ik me vastgeklampt aan dingen die die niet goed voor mij waren of aan mensen die het niet goed met mij voorhadden. 


Dit duurde tot ik mijzelf ben gaan afpellen, taboe-onderwerp voor taboe-onderwerp. En ik uitkwam op wat ik ben gaan beschouwen als de kern van mijn verwarring. Ik ben misbruikt door diegene die mij had moeten beschermen en liefhebben. En alleen door die waarheid te omarmen vallen alle andere puzzelstukjes op hun plaats. 

Dat is de onverkwikkelijke waarheid. 

Marie Curieus